Door Martin Borck
‘Glas en geluk gaan gemakkelijk stuk’, luidt een Duits gezegde. Grensgeluk is daarop geen uitzondering, het staat onder druk. Grensgeluk: het bezielende geluk dat ik in een grensregio woon. Dat ik de mogelijkheid heb om me binnen een paar minuten in een andere cultuur onder te dompelen. Dat ik uit twee verschillende culturen het beste kan halen. Me kan laten inspireren door mijn westerburen, die net even anders in elkaar zitten dan ik. Ik vind het geweldig dat ik met mensen kan omgaan die weliswaar op me lijken, maar toch net een andere mentaliteit hebben. Dat zie ik als een enorme verrijking.
Grensgeluk is het profiteren van het Europese eenwordingsproces: van vrij grensverkeer, één munteenheid, van vrije uitwisseling van diensten en goederen. In de EU krijgen we de kans om probleemloos in een buurland te gaan wonen, studeren of werken. Ik vind het onbegrijpelijk dat rechts-populistische partijen die ontwikkelingen willen terugdraaien.
En dat terwijl de permanente controles op een aantal grensovergangen sinds eind 2024 laten zien hoe negatief de gevolgen zijn van de beperkingen in het grensverkeer. Te beginnen met een financiële schade die oploopt tot in de miljoenen, volgens Mark Boumans, de burgemeester van Doetinchem.
De meeste mensen zijn vergeten hoe het vroeger was, of te jong om het zich te kunnen herinneren. Tot 1995 werd er op alle grensovergangen gecontroleerd. In 1984 werden er ‘s nachts nog slagbomen geplaats bij twee van de drie overgangen in Gronau. Alleen voor directe omwonenden gold een alternatieve regeling om de grens toch over te mogen steken.
Willen we echt van de euro af, zoals populisten dat willen? Voor ieder boodschapje in het buurland guldens inwisselen voor D-mark en vice versa? De wisselkosten vóór 2002 verlaagden de koopkracht destijds aanzienlijk.
Of wat dacht je van roaming, die mobiel bellen significant duurder maakte. Dankzij de EU is dat verleden tijd. Ik kan me nog herinneren dat het EUREGIO-kantoor in Gronau, honderd meter van de Nederlandse grens, zich inspande om de organisatie op het Nederlandse telefoonnet aan te sluiten, vanwege de hoge kosten voor internationale gesprekken. Na lange, moeizame onderhandelingen lukte het uiteindelijk. Het eerste telefoontje op de Nederlandse lijn kwam trouwens van koningin Beatrix, vertelde Wim van Geffen me, die destijds secretaris was.
Kortom: er zijn genoeg dingen waar ik heel veel grensgeluk uit haal. Het is voordelig om hier te wonen. Nederlanders profiteren in Duitsland van de lagere kosten voor benzine, diesel, tabak en alcohol. En de Duitse tankstations, discounters, supermarkten en detailhandels zijn blij met de klandizie. Andersom gaan Duitsers graag de grens over voor het ‘bijzondere’ aanbod in de supermarkt (vla, hagelslag), en profiteren daarnaast van de typisch Nederlandse aanbiedingen, zoals ‘drie halen, twee betalen’, van goedkope producten op de markt en de lagere belasting op bijvoorbeeld koffie. Als je een beetje slim bent, kun je zelfs koopjes vinden in winkels die in beide landen bestaan. Hoewel de Nederlandse btw twee procent hoger ligt dan de Duitse (19%) en je in Duitsland over het algemeen dus iets goedkoper uit bent dan in Nederland, is het goed mogelijk dat je voor bepaalde producten alsnog minder betaalt in de IKEA van Hengelo dan in die van Osnabrück. Dat heeft te maken met zogenaamde kostendekkende calculatie, waarbij sommige producten lager geprijsd worden, omdat ervan wordt uitgegaan dat duurdere producten de verliezen zullen compenseren.
Je hoort het: over grensgeluk onderhandel ik niet. En ik zal mijn uiterste best blijven doen om het niet stuk te laten gaan.
Vertaald door Sarah Hewitt.

Pas in mei 1984 kregen bewoners die direct aan de grens woonden toestemming om de grensovergangen tussen Gronau en Glane en tussen Gronau en Overdinkel ook ’s nachts te gebruiken. Foto: Heinrich Niehoff