Door Gert-Jan Hospers
Het Nederlandse koningspaar geniet grote populariteit in Duitsland. Als Willem-Alexander en Máxima een Duitse stad bezoeken, halen ze op z’n minst de regionale pers. Maar ook de Duitse televisie en roddelbladen zoals Bunte, Gala en Adelswelt hebben vanouds veel aandacht voor het koningshuis. Het feit dat Willem-Alexander dankzij zijn vader goed Duits spreekt, wordt op prijs gesteld en zorgt voor een symbolische band. Duitsers vinden hem sympathiek. Kunnen we daar als land ook profijt uit halen?
Toegegeven, het is typisch Nederlands om zo zakelijk te redeneren. Maar economisch gezien is het niet onbelangrijk als je bedenkt dat Duitsland onze grootste handelspartner is. Anders gezegd: treedt Willem-Alexander in de voetsporen van z’n voorganger Willem I (1772–1843), die vanwege zijn sterke focus op handel, economie en infrastructuur ook wel ‘koning-koopman’ werd genoemd? Je zou denken van wel: de koning als troefkaart in de economische relaties tussen Nederland en Duitsland.
Econoom Joop Adema, onder meer verbonden aan het CESifo Instituut in München, zocht het uit en publiceerde zijn bevindingen in 2024 in het economenvakblad ESB. Hij analyseerde vijftien Nederlandse handelsmissies met koninklijke allure naar Duitse deelstaten tussen 2013 en 2019. Zo ging in 2019 een door het koningspaar vergezelde delegatie van tachtig bedrijven uit de offshore windenergie- en ruimtevaartsector naar Bremen om met aldaar gevestigde ondernemingen zaken te doen. Het antwoord van Adema op zijn onderzoeksvraag: missies met het koningspaar leiden per saldo niet tot meer handel. Ondanks zorgvuldig geplande bezoeken, uitgebreide delegaties en tal van foto’s met een glimlachende Willem-Alexander erop, nam het handelsvolume, gemeten in termen van contractwaarde en exportcijfers, in de onderzochte periode niet toe. Sterker nog, in sommige kwartalen daalde de export licht.
Verwachten we misschien te veel van het koningshuis als commerciële troefkaart? Feit is dat handelsmissies met een royale glans zich niet slechts in cijfers uitdrukken. Ze genereren media-aandacht, versterken het nationale imago en faciliteren informele contacten. Deze ‘soft power’ is moeilijk te kwantificeren, maar wel degelijk van belang. Netwerken, vertrouwen en een goede reputatie zijn immers het smeermiddel in de internationale economie en handelsrelaties. En precies daar komt koning Willem-Alexander in beeld. Hij heeft een unieke positie: hij is geen politicus met een strategische agenda, maar een herkenbaar gezicht van Nederland. In Duitsland werkt dat als een katalysator. Een handelsmissie met een koninklijk tintje straalt prestige uit en symboliseert respect voor het gastland. En het geeft bedrijven een verhaal: ‘We waren erbij toen de koning Bremen bezocht.’ Dat is een bijvangst die zich niet in spreadsheets, contracten en harde euro’s laat uitdrukken, maar in contacten en sfeer. Daarmee is onze koning een eigentijdse pendant van Willem I, oftewel ‘koning-koopman 2.0’. Waar Willem I fysieke infrastructuur aanlegde, investeert Willem Alexander in relationele infrastructuur – een klimaat waarin Nederlandse bedrijven kunnen floreren. En dat is ook waardevol.

Foto: Steffen Prößdorf / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0; bewerkt door EUREGIO.