De kerk in het midden van het dorp – EUREGIO-column ‘Grensgeluk’

Door Martin Borck

Stel je eens voor hoe je thuisstad of dorp eruit zou zien als er geen kerkgebouwen meer waren. Het stadsbeeld zou zonder kerktorens vermoedelijk nogal veranderen. Maar hoezo eigenlijk ‘zou’? Het is tenslotte een feit dat er in de afgelopen decennia heel wat godshuizen zijn verdwenen. De christelijke kerken in West-Europa zijn door de toenemende secularisering veel aanhangers kwijtgeraakt. In Duitsland hadden een aantal misbruikschandalen binnen de twee grote geloofsrichtingen bovendien veel uittredingen tot gevolg.

Waar dat toe leidt? Financiële tekorten. Het belastingvoordeel dat de grote kerkgemeentes in Duitsland genieten, waarbij de belastingdienst kerkbelasting van de leden int, maakt niet genoeg verschil. In Nederland wordt tijdens de jaarlijkse ‘Actie Kerkbalans’ om donaties gevraagd. Maar in beide landen groeit het belang van extra schenkingen en aan het gebruik van kerkgebouwen door externe partijen hangt dikwijls een prijskaartje.

Het onderhoud van de panden wordt nu eenmaal niet goedkoper. Gebouwen die als overtollig worden beschouwd, worden om die reden steeds vaker van de hand gedaan: ze worden afgebroken, verkocht of krijgen een nieuwe invulling. In Nederland is de organisatie Reliplan gespecialiseerd in de zorg voor kerkgebouwen. Sinds 1991 hebben ze er al bijna 1000 beheerd.

Als je inzoomt, zie je een wat gedifferentieerder beeld: ja, veel kerkgemeentes laten hun gebouwen gaan. De voorbeelden liggen voor het oprapen. In Gronau-Epe werd in 2010 bijvoorbeeld de pas in 1967 geopende Sint-Antoniuskerk geseculariseerd en afgebroken. Op het terrein staat nu een bejaardentehuis. In dezelfde stad gaf de evangelische gemeente haar gebouw op en hetzelfde geschiedde in het naburige Heek. In Enschede is de eveneens gereformeerde Deta-kerk omgebouwd tot appartementencomplex, in de voormalige Menistenkerk zit een brouwerij annex kroeg en in de Grote Kerk vinden door het muziekcentrum georganiseerde concerten en andere evenementen plaats.

Maar lang niet alle ‘verwereldlijkte’ kerkgebouwen worden afgebroken of op een ‘aardse’ manier verder gebruikt: juist in Nederland groeien evangelicale groepen als de pinksterbeweging. En die maken van de vrijgekomen ruimtes graag gebruik.

Oftewel, niet alle signalen wijzen op definitieve terugloop. Recentelijk zijn er sporadisch zelfs nieuwe kerken gebouwd. In Gronau bijvoorbeeld een Syrisch-orthodoxe kerk, van christenen uit Turkije en Syrië die daar vanaf de jaren 80 naartoe zijn geïmmigreerd. Ook in het Twentse Losser hebben ze een kloostergebouw overgenomen, waar vandaag de dag hun bisdom zetelt. In Nederland beschikken plaatsen met een hoog percentage strenggereformeerde christenen nog altijd over een aanzienlijk aantal kerken. Rijssen heeft er bijvoorbeeld veertien. De kleine gemeente ligt in de Biblebelt, die van de provincie Zeeland via de Veluwe tot in het noorden van Overijssel doorloopt en een grote verscheidenheid aan protestantse geloofsvertakkingen laat zien.

Dit veelvoud is opvallend. Terwijl de rooms-katholieke kerk zich met haar hiërarchische structuren heel homogeen positioneert, vertaalt het Nederlandse protestantisme met zijn tendens tot afsplitsing zich in een breed spectrum. ‘Twee Nederlanders, drie kerken’, zeggen ze niet voor niets. Hoewel de meeste protestanten inmiddels weer onder één dak verenigd zijn, heeft de vertakking wel gevolgen voor het straatbeeld: er staan gewoon heel veel, vaak kleine (voormalige) kerkgebouwen. Bijna allemaal hebben ze wel hun charme: ze zijn eenvoudig en toch statig. De katholieke kerken aan beide zijden van de grens zijn vaak juist weelderig ingericht.

Toch hebben alle kerkgebouwen wel een zekere uitstraling. Zelfs als je niet gelooft, vind je er een plek van rust. Wat dat betreft moeten we de kerk niet alleen spreekwoordelijk in het midden van het dorp laten…

Vertaald door Sarah Hewitt.

Van buitenaf ziet de Deta-kerk in Enschede er nog hetzelfde uit als voorheen. Maar vanbinnen zijn er appartementen gebouwd. Foto: Martin Borck.