Door Gert-Jan Hospers
Nu het fietsseizoen is begonnen, kom je ze in het weekend in het grensgebied weer regelmatig tegen: groepen Duitse fietsers, met een helm op en gehuld in fluorescerende hesjes. Voorop rijdt een leider, vaak met GPS of een routekaart, gevolgd door een ordelijke stoet van soms wel twintig fietsers. Er is een duidelijk programma: vertrek om tien uur, koffie om elf, lunch om één – en dat op vooraf vastgelegde rustpunten. Vergelijk dat eens met Nederlanders: voor hen is fietsrecreatie vooral een individuele aangelegenheid. Ze springen op hun stalen ros wanneer het ze uitkomt, meestal zonder helm, hesje en vaste stopplaatsen langs de route.
Hoe valt dat verschil in fietscultuur te verklaren? Het model van onderzoeker Geert Hofstede (1928–2020) schept duidelijkheid. Volgens Hofstede verschillen culturen op meerdere punten van elkaar, zoals de mate waarin mensen op safe spelen (onzekerheidsvermijding) of waarin ze meer op het ‘ik’ dan op het ‘wij’ gericht zijn (individualisme). Neem onzekerheidsvermijding, waarop Duitsland vanouds hoog scoort: men wil risico’s beperken en houdt van structuur. Een fietshelm en lichtgevend hesje passen daar goed bij. Nederlanders zijn bereid om meer risico’s te nemen en kennen een lage onzekerheidsvermijding. Ze vertrouwen op hun eigen inschatting en vinden regels al snel betuttelend. Een helm? Alleen op de racefiets en mountainbike, en – met tegenzin – op de e-bike. Maar reflecterende hesjes? Hooguit bij een avondrit.
Ook machtsafstand is volgens Hofstede van belang. Duitsers zijn bereid hiërarchie meestal zonder morren te accepteren, ook op de fiets: de leider bepaalt de route en het tempo en dat wordt gerespecteerd. In Nederland is de machtsafstand klein: iedereen wil meebeslissen. Een Nederlandse fietsgroep is eerder een democratie op wielen, waar de route onderweg zomaar kan wijzigen. ‘Zullen we toch nog even langs dat terras gaan?’ Daarnaast speelt individualisme in het Hofstede-model een rol. Nederland is een van de meest individualistische landen ter wereld. Fietsen betekent vrijheid en gaan en staan waar je wilt. In Duitsland is het groepsgevoel sterker: samen uit, samen thuis – en bij voorkeur volgens plan. Tot slot verschillen culturen qua masculiniteit van elkaar: hoe kijkt men aan tegen competitie en succes? Duitsland scoort op dit punt hoger dan Nederland en hecht veel belang aan prestaties en discipline. Dat zie je terug in het sportieve karakter van Duitse groepsfietstours. Nederlanders vinden fietsen vooral praktisch en gezellig. Ze doen het in de eerste plaats om te genieten, niet om te presteren.
Dus als u de volgende keer een fietsgroep uit Duitsland tegenkomt, glimlach dan vooral om het contrast. Het is geen kwestie van goed of fout, maar van cultuur. Het Hofstede-model laat zien dat nationale waarden zelfs te herkennen zijn op de fiets. Waar Duitsers nog even controleren of hun helm goed vastzit, laten de Nederlanders hun haren wapperen in de wind.

Deze afbeelding is gemaakt met AI.