Wist u dat…? In gesprek met Josef Gochermann over zijn ervaringen met de samenwerking in de EUREGIO

© EUREGIO

Met onze reeks “Wist u dat…?” geven wij een kijkje achter de schermen van de grensoverschrijdende samenwerking aan de hand van best practice in de EUREGIO. Wij gaan in gesprek met mensen die zich op verschillende manieren inzetten voor een grenzeloos samenleven in onze regio.

Deze keer spraken wij met Prof. Dr. Josef Gochermann, die zich al ruim 20 jaar inzet voor de EUREGIO.

Josef Gochermann uit Dülmen is afgestudeerd in natuurkunde en  astronomie. Hij is hoogleraar Marketing & Technologiemanagement aan het Institut für Duale Studiengänge van de Hogeschool Osnabrück op de campus in Lingen, geassocieerd hoogleraar aan de Technische Universiteit van Pretoria/Zuid-Afrika en directeur van de LOTSE GmbH, die  gespecialiseerd is in advies voor technologiebedrijven.

Josef Gochermann is lid van de Kreistag in de Kreis Coesfeld en daar voorzitter van de commissie voor Financiën en Economische Ontwikkeling.

Bij het Nederlands-Duits samenwerkingsverband van lokale en regionale overheden EUREGIO werkt hij al meer dan 20 jaar intensief aan grensoverschrijdende samenwerking. Zo is hij sinds 1999 lid van de EUREGIO-raad, waar hij sinds 2015 ook voorzitter is van de fractie CDU/CDA. Sinds 2014 is hij lid van het Algemeen Bestuur van de EUREGIO, voorzitter van de EUREGIO-commissie “Economie en Arbeidsmarkt” en is hij plaatsvervangend lid van de commissie “Duurzame ruimtelijke ontwikkeling”.

Meneer Gochermann, in de afgelopen 20 jaar had en heeft u een aantal functies in de EUREGIO gremia. Voorzitter van de fractie CDU/CDA in de EUREGIO-raad en voorzitter van de EUREGIO-commissie “Economie en Arbeidsmarkt”, om er maar twee te noemen. Hoe bent u betrokken geraakt bij de grensoverschrijdende samenwerking?

Toentertijd, en dit is misschien een deel van het verhaal, had bij ons verder niemand belangstelling om lid te worden van de EUREGIO-raad. EUREGIO, dat was nogal ver weg voor de meesten. Ik kende de EUREGIO al. Vanuit de universiteit had ik al een voorproefje gehad met projecten. Zo wist ik wat de EUREGIO grensoverschrijdend ongeveer doet en toen zei ik: “Nou, oké, dat zou ik graag willen. Laten we eens kijken, laten we naar Nederland gaan.”

Laten we naar Nederland gaan.  Dat is het hele punt, toch?

Ik bedoel dit op een weloverwogen manier, want in de lokale politiek  van toen en deels nu nog steeds, moet je de Duits-Nederlandse vraagstukken steeds weer naar voren schuiven. De mensen uit Borken die direct aan de grens wonen, beleven het elke dag. Dülmen ligt aan de rand van de as Münsterland en Ruhrgebied, dat is al een behoorlijk eind weg. We kennen de Nederlanders goed, en we gaan er graag heen, er zijn ook gemarkeerde fietspaden vanaf ons, maar het dagelijks leven is niet grensoverschrijdend. En daarom moet de Duits-Nederlandse samenwerking hoe verder weg je van de grens komt, hoe meer naar voren geschoven worden.

Zo ben ik erbij betrokken geraakt. Interesse vanuit mijzelf, gebrek aan interesse bij de anderen. Maar ik heb er nooit spijt van gehad, ik heb me direct verbonden gevoeld met deze taak, omdat ik snel zag welke grensoverschrijdende problemen en uitdagingen er zijn.

EUREGIO_Raad_vergadering

20 jaar is een lange tijd. Je krijgt toch een diepgaand inzicht in de EUREGIO, die aan het einde van de jaren vijftig met veel pioniersgeest werd opgericht en nu, meer dan 60 jaar later, een institutie is geworden.

Ja, ik probeer een aantal dingen terug te halen, hoe de omgang en de manier van werken veranderd zijn. Uiteraard is het altijd afhankelijk van de bestuurders, iedereen heeft zijn eigen stijl. Ik herinner me nog goed dat in mijn beginjaren de discussies en de besluitvorming naar mijn mening meer politiek gericht waren, of misschien zelfs meer partijpolitiek. Dat speelde toen een grotere rol dan tegenwoordig. Nu hebben we, op enkele uitzonderingen na, in de EUREGIO-raad een meer op consensus gebaseerde manier van werken gevonden. De polarisatie tussen de partijen was vroeger sterker. Dit is ook veranderd toen er veel kleine partijen bijkwamen, vooral van Nederlandse zijde, en de Fractie zonder grenzen zich heeft gevormd. (Noot van de redactie: In de Fractie zonder grenzen van de EUREGIO-raad hebben zich alle partijen aaneengesloten behalve SPD-PvdA en CDU-CDA; er zijn dus drie Nederlands-Duitse fracties in de EUREGIO-raad). Het was ineens een heel andere situatie. Maar ook in het beleid en in wat de EUREGIO intern heeft besproken, heb ik de eerste tien jaren als meer politiek en tactisch in het geheugen. Ik weet niet of ik het goed beschrijf, maar dat was mijn gevoel. In de afgelopen tien jaar heb ik de EUREGIO als meer consensus gericht ervaren. Dat we samen proberen oplossingen te vinden, niet de kleinste gemeenschappelijke deler, maar de grootst mogelijke consensus. En dat is anders dan eind jaren negentig.

Met en voor de EUREGIO heeft u veel bereikt en op basis van deze ervaring kunt u goed beoordelen wat er over de grenzen heen goed gaat en waar er nog ruimte is voor verbetering.
Ik denk dat het werk dat hier wordt gedaan zich onderscheidt door de lange adem, de continuïteit. We moeten aan de bal blijven. Tal van onderwerpen zijn de afgelopen twintig jaar aan de orde geweest. Of het nu gaat om de economie of bijvoorbeeld de arbeidsmarkt. De grensoverschrijdende arbeidsmarkt, daar hebben we de afgelopen jaren zeer intensief aan gewerkt. Of dit nu de samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven is of het onderwerp verkeer. Overal waar we ons lang en onafgebroken mee bezig hebben gehouden, zijn we er echt in geslaagd om merkbare veranderingen in deze regio  te bereiken.

Het gaat er niet om losse projecten te initiëren die na afloop weer stoppen. Hier is constant, duurzaam werk vereist. En dat is soms niet makkelijk als lokale verkiezingen betekenen dat de bezetting vaak verandert. Want ergens in het EUREGIO-gebied is er altijd wel een verkiezing. En het is ook volkomen normaal dat er door de verkiezingen veranderingen plaatsvinden, dat is maar goed ook. Maar daarom zijn we voortdurend bezig met het invullen van functies onder meer voor de commissies en in de fracties. Dan verschijnen er weer nieuwe gezichten, of de fracties veranderen. Het is eigenlijk de taak van ons fractievoorzitters om er een lijn te behouden. Ik geloof niet dat het onze taak is om een partijpolitieke lijn te vertegenwoordigen en te zeggen: De CDU/CDA staat voor dit punt en de SPD/PvdA-fractie voor dit punt. Dat is eigenlijk helemaal niet de belangrijkste taak. De belangrijkste taak is om deze gemengde groep bij elkaar te houden. Om  individuen verenigd naar buiten te laten treden.

Er is nooit echt onenigheid geweest in de fractie sinds ik erbij ben. Er zijn  discussies, dat hoort erbij. Om succesvol te zijn in de EUREGIO moeten we continuïteit waarborgen. Pas dan ontwikkelt zich iets in de hoofden: Wat is EUREGIO? EUREGIO zorgt er voor dat dit onderwerp, deze infrastructuur, deze arbeidsmarkt, voor ons hier toegankelijk is. Dat lukt niet even in drie maanden, dat heeft tijd nodig. En daar moeten mensen achter staan.

U zei dat ik al 20 jaar mee doe. Dat is nuttig en dat is niet alleen door de politieke ervaring. Ik heb de veertigjarige partijlint, dus ik weet hoe de politiek werkt. Maar gewoon naar de EUREGIO komen en zeggen: “Nu zal ik jullie eens vertellen hoe het moet!” dat werkt niet. En dat was een geweldige ervaring. Ik heb veel goede gesprekken gehad met Nederlanders, met Duitsers; ik heb veel interessante projecten meegemaakt.

Eén van de meest intense projecten, waar ik bij betrokken ben geweest, was een project van een grensoverschrijdend leveranciersnetwerk van de Handwerkskammer Münster. We hebben tandems gevormd, workshops gedaan met de bedrijven. Tandems betekende een Nederlands en een Duits bedrijf bij elkaar. En dan de Duitsers en de Nederlanders vinden, die bij elkaar passen, dat was een heel uitdagend proces. Sommige van deze tandems bestaan nog steeds. Er zijn zelfs Nederlands-Duitse bedrijven opgericht die uit de tandems zijn voortgekomen. We gingen toen naar beurzen, bijvoorbeeld de leveranciersbeurs FMB in Bad Salzuflen en ook de Hannover Messe. Daar hadden we een gezamenlijke stand. Wij gingen ook naar Nederland. Ik moet zeggen, dat waren echt indrukwekkende ervaringen, hoe de ondernemers de Duits-Nederlandse samenwerking hebben beleefd en het vanzelfsprekend vonden. Er was geen grens tussen hen. Er was alleen de vraag: “Passen we qua inhoud en als mensen bij elkaar?” Vervolgens zijn ze gestart en hebben gezamenlijke activiteiten uitgevoerd.

Als we kijken naar enkele van de grenshordes: Taal, cultuur, verschillende belasting- en socialezekerheidsstelsels. Dankzij Schengen is de grens doorlaatbaar. Maar is het echt zo?

De grens is er. En dat is ook normaal, want we zijn twee landen, natuurlijk is er een grens. Als je er overheen rijdt, veranderen de verkeersborden, de weg ziet er anders uit. Het is geen negatieve, maar een onderscheidende grens. We hebben verschillende mentaliteiten en verschillende culturele opvattingen, verschillende tradities, we benaderen de dingen anders. Dat is een verschil.

Maar de grens is er in dat opzicht niet meer dat wij dankzij de EUREGIO erin geslaagd zijn deze verschillen samen te brengen en tastbaar te maken. Ze moeten niet aan elkaar worden aangepast, wij willen gewoon met elkaar om kunnen gaan. Deze culturele verschillen, de manier van onderhandelen, van gesprekken voeren. Nederlanders zijn anders dan Duitsers, maar het kan wel. In dit opzicht heeft het werk van de EUREGIO al geleid tot een duidelijke mentale verbetering. De uitdagingen met betrekking tot de verschillen in regelgeving, op de arbeidsmarkt en de sociale verzekeringen; dat is een vreselijke jungle en gelukkig wordt er hard aan gewerkt.

Waar soms nog wel een grens is, is in de hoofden van de ondernemers. We zijn hier in het Emsland, dicht bij de grens.  Er wordt misschien af en toe met Nederlanders zaken gedaan, maar in het algemeen beschrijven veel bedrijven nog steeds  een 180 graden- en niet een 360 graden markt. Ik denk dat daar de komende jaren nog steeds een focus op moet liggen. Van buitenaf gezien zijn wij één regio en bovendien zijn we geen bijzonder grote regio, maar een zeer daadkrachtige. En ik denk dat als we deze culturele verschillen en de economische prioriteiten die elk land heeft, kunnen samenbrengen, we elkaar ongelooflijk goed kunnen aanvullen. We hebben de basis hiervoor gelegd, namelijk dat er een vertrouwensbasis is. Vertrouwen is heel waardevol.  Dat is de basis waarop projecten kunnen worden uitgevoerd.

Ook bij het onderwerp van de spoorverbindingen, met de Europese trajecten, de Amsterdam-Berlijn verbinding, hebben we bewezen dat we deze uitdaging samen kunnen aanpakken. We hebben nu het punt bereikt dat we als EUREGIO niet alleen onderwerpen positioneren, maar als één regio, als EUREGIO, zichtbaar zijn en er achter staan. Twintig jaar geleden was de externe impact van de actieve leden van de EUREGIO niet zo geconcentreerd. Individuen waren zichtbaar, maar minder gemeenschappelijk. Dus, ik zie ons op een goede koers.

In plaats van te praten over hindernissen, hebben we het liever over de kansen van de grensligging, vooral de kansen voor de economie. Hoe ziet u dat?

De kans is groot dat we de verschillen die we hebben, kunnen samenbrengen. We hebben geleerd om van de verschillen te profiteren. Daarvoor was het nodig dat er vertrouwen werd opgebouwd en ik denk dat dit de afgelopen twintig jaar is toegenomen. Overigens niet alleen tussen Duitsers en Nederlanders, maar ook onderling. Al met al hebben we allemaal geleerd dat we voor de EUREGIO spreken en niet bijvoorbeeld voor onze Kreis, onze gemeente, die ons heeft afgevaardigd.

EUREGIO-Raad_-_Duitsland_Nederland_vlag

Nu draait u al geruime tijd mee in de EUREGIO-raad, waar u voorzitter bent van de Nederlands-Duitse CDU/CDA-fractie. Hoe ervaart u het werk in dit grensoverschrijdende “parlement”?

We hebben nu een op consensus gebaseerde werkmethode en kunnen als één geheel optreden. Twintig jaar geleden, dit is mijn indruk, was er meer discussie in de EUREGIO-raad. Er zat meer vuur in, zou je kunnen zeggen. Misschien zijn we nu soms een beetje te bereid om tot een consensus te komen.

Tijdens de fractievergadering voorafgaand aan de EUREGIO-raadsvergadering, nemen we natuurlijk de hele agenda door en bespreken we onze standpunten. Dan zijn er fractieleden die vragen of opmerkingen hebben over het ene of het andere onderwerp. Dan stellen wij voor dat zij het onderwerp tijdens de vergadering van de EUREGIO-raad aan de orde stellen. Je zult zien dat niet alleen de fractievoorzitters aan het woord zijn. De raadsleden zijn allemaal professionals, dus mensen met politieke ervaring, en we vertrouwen elkaar. Als fractievoorzitter ben ik blij als  de leden van de fracties hun onderwerpen inbrengen.

Kunt u nog meer vertellen over de grensoverschrijdende fracties?

Het zijn geen twee groepen die daar zitten. Het zijn niet de Nederlanders aan de ene kant en de Duitsers aan de andere kant, twee kampen, die proberen een minimale consensus te bereiken  De fractieleden zitten gemengd naast elkaar, wat de nationaliteiten betreft. We zijn allemaal EUREGIO-vertegenwoordigers. En daarbij maakt het niet uit, uit welke stad of provincie je komt. Natuurlijk zijn er, afhankelijk van het onderwerp, soms prioriteiten aan de Duitse of aan de Nederlandse kant. Maar er is geen tweedeling in de groep.

Grensoverschrijdende Duits-Nederlandse fracties, dat is uniek. Daarom hebben we ook twee fractievoorzitters, een uit Duitsland en een uit Nederland. Dat werkt goed. We regelen de zaken altijd zo dat de fractievoorzitter in wiens land we op dat moment vergaderen, de vergadering voorzit. Dus als we in Nederland vergaderen heeft Freek Diersen de leiding en als we in Duitsland zijn heb ik de leiding. Dat is ook in de EUREGIO-raad te zien: Als we in Nederland zijn, spreekt mijn collega meer en in Duitsland spreek ik meer. Net als in de EUREGIO-raad spreken we ook in de fractie Duits en Nederlands door elkaar. In de EUREGIO-raad wordt het wel vaker samenvattend vertaald, maar in de fractievergadering niet. Het is een voordeel dat veel Nederlanders Duits kunnen spreken, maar in het algemeen spreken we beide talen door elkaar. Ikzelf vind het nog steeds vervelend dat ik nooit echt Nederlands heb leren spreken. Natuurlijk spreek ik het een beetje en begrijp de taal. Taal is dus geen obstakel. We willen met elkaar praten en dat lukt ook.

Als u terugkijkt op de afgelopen 20 jaar in de EUREGIO. Wat heeft de meeste indruk op u gemaakt?

De continuïteit. Het maakt niet uit of de mensen wisselen. Over het geheel genomen hebben we een verbazingwekkende eenheid en continuïteit. En dat brengt ook begrip op voor het andere land. Dan denk je verder. Je houdt je met Nederland bezig en dat gaat verder dan de EUREGIO-grenzen en de EUREGIO-thema’s, je volgt de gebeurtenissen daar heel anders dan wanneer je geen contactpunten had.

Ik vind het heel goed dat Noordrijn-Westfalen zo’n sterke band met Nederland heeft opgebouwd. Ik ben nu al vier jaar lid van de CDU-Landesvorstand. Ik zie hoe minister-president Armin Laschet politiek te werk gaat. Heel boeiend trouwens en heel goed in het meenemen van mensen. Hij heeft de zaak zelf opgepakt en heeft ook gesproken over de zeer nauwe politieke relatie met Nederland. En dit heeft er ook toe bijgedragen dat het geheel stabieler is geworden. Dat Laschet op deze manier betrokken raakt bij de Duits-Nederlandse samenwerking, daar ben ik erg blij om en het heeft indruk om me gemaakt.

Wat inhoudelijk echt indruk op mij maakte, was de samenwerking tussen Duitse en Nederlandse MKB’s en ook de inzet van de verenigingen en organisaties erachter.

Meneer Gochermann, bedankt voor dit interview!

Het interview voerde Marie-Lou Perou