Home>Actueel>Grenzen verbinden: Interreg-subsidie voor nieuwe Nederlands-Duitse projecten

Grenzen verbinden: Interreg-subsidie voor nieuwe Nederlands-Duitse projecten

In de Stuurgroepen van het Interreg Deutschland-Nederland programma zijn in november nieuwe projecten door verschillende Nederlandse en Duitse overheden goedgekeurd. De projecten doorliepen een 18 weken durende aanvraagprocedure en kunnen nu van start gaan met het behalen van de projectdoelen. Via het regionale programmamanagement van Interreg in Gronau werden drie projectaanvragen ingediend en ook goedgekeurd. De projecten focussen zich op verschillende thema’s, waaronder het verduurzamen van bestaande woonwijken in Nederland en Duitsland, de grensoverschrijdende gezondheidszorg en technische ontwikkelingen om biogas uit afvalwater te winnen.

In totaal hebben de drie projecten samen een budget van € 10.739.167,68 te besteden, waarvan € 6.996.531,85 voor ‘’FutureBEEing’’ bestemd is, € 2.097.616,37 voor ‘’BRIDGE’’ en € 1.645.019,46 voor ‘’CREATE’’.

FutureBEEing
Nederland en Duitsland hebben een ambitieus doel: onze woonwijken moeten worden getransformeerd naar duurzame leefomgevingen. In 2030 streven Nederland en Duitsland naar een CO2-reductie van 55% en in 2050 moeten al onze gebouwen volledig CO2-neutraal zijn. Bij de bouw van nieuwe wijken wordt al wel actief rekening gehouden met nieuwe regels die worden ingevoerd door de klimaatverandering, maar juist bij bestaande wijken is de uitdaging groot, terwijl voldoende, geschikte en toekomstbestendige woonwijken en woningen hard nodig zijn. De projectpartners van FutureBEEing willen daarom een aanpak ontwikkelen om sneller integrale, uitvoerbare en haalbare wijktransitieplannen op te stellen. Tot de projectpartners behoren de Provincie Overijssel, Buro De Haan B.V., energieland2050 e.V., FH Münster, Gemeente Enschede, Gemeente Hengelo, Küsters Grün.Stadt.Klima, Saxion Hogeschool en de Stadt Münster. Een groot voordeel is dat gemeenten zo direct samenwerken met ingenieursbureaus en kennisinstellingen die hen adviseren over klimaatadaptatiemaatregelen.

Het doel van het project is om een digitale oplossing te ontwikkelen dat bestaat uit twee delen, een “tool” en een daarbij passende “menukaart” om maatregelen te standaardiseren en automatiseren. De methodes die hierin staan omschreven biedt besluitvormers meerdere opties of scenario’s om een wijktransitie te creëren die voor meer duurzaamheid zorgt. Deze menukaart en tool bouwen op elkaar voort, waarbij de menukaart een allesomvattend overzicht weergeeft van alle maatregelen die de toekomstbestendigheid van een wijk kunnen bevorderen, zoals oplossingen voor energiebesparende renovaties van bestaande gebouwen, klimaatadaptatie, bevordering van biodiversiteit, inclusie van natuur, waterbeheer en het tegengaan van hittestress. Daarnaast maakt de tool met 2D/3D-methoden, weer gebruik van de informatie en standaarden uit de menukaart om wijkontwikkelingsplannen te creëren. Met behulp van configuratie, simulatie en evaluatie versnelt de tool het proces van duurzame wijkontwikkeling en biedt het de mogelijkheid om verschillende scenario’s te beoordelen. Er wordt eveneens gebruik gemaakt van Building Information Models om keuzemogelijkheden te visualiseren en complexe beslissingen te nemen op basis van de eisen en wensen van belanghebbenden. Het project loopt door tot eind 2027.

BRIDGE
De volksgezondheid stopt niet aan de grens, dit heeft de Covid-19-pandemie wel bewezen. Ziekenhuizen in het Duits-Nederlandse grensgebied staan voor de uitdaging om zorg van hoge kwaliteit te bieden met beperkte middelen. Het kan variëren van een lagere capaciteit in dunbevolkte regio’s en daarmee gepaard gaande personeelstekorten tot het gebrek aan bedden op de intensive care in Nederland of geneesmiddelentekorten in Duitsland. Het zorgt voor een grote vraag naar het delen van resources, zodat patiënten de beste zorg kunnen ontvangen die op dat moment mogelijk is. Momenteel vindt er in de regio al grensoverschrijdende uitwisseling plaats met betrekking tot helikopters en ambulances, spoedeisende hulp en acute pediatrische zorg, maar deze samenwerking is gebaseerd op individuele en losse overeenkomsten. Er is geen sprake van een overkoepelend systeem om resources te coördineren en te delen tussen gezondheidsinstellingen. En daar willen de projectpartners van BRIDGE verandering in brengen. Het gaat daarbij om een samenwerking tussen de volgende Nederlandse en Duitse partijen: University of Twente, Bureau Acute Zorg Euregio, NovioQ, Universität Münster en Universitätsklinikum Münster.

Het belangrijkste doel van het project is het overwinnen van bestaande uitdagingen bij grensoverschrijdende resourcepooling, zoals een gebrek aan coördinatie, onnodige bureaucratie en culturele verschillen. Een voorbeeld van een concrete actie binnen het project is het ontwikkelen van een digitaal platform dat het bundelen van medisch personeel en behandelingsbronnen tussen landen mogelijk maakt en vergemakkelijkt. Vergelijkbaar met eBay zal dit platform de beschikbare capaciteit afstemmen op de vraag. Ook worden verschillende veldtesten georganiseerd om nieuwe oplossingen in de praktijk te oefenen. Dit is in lijn met de ambitie van de EU om hoogwaardige, innovatieve en rechtvaardige gezondheidszorg op redelijke afstand voor iedereen in Europa te garanderen. Wanneer patiënten gebonden zijn aan nationale zorgaanbieders, moeten ze soms lange afstanden afleggen om specifieke behandelingen te ondergaan, in plaats van gebruik te maken van een nabijgelegen ziekenhuis aan de andere kant van de grens. Het project loopt door tot eind 2027.

CREATE
In het nieuwe project CREATE focussen verschillende projectpartners zich op het thema anaerobe afvalwaterbehandeling. Dit is een proces waarin bacteriën – in afwezigheid van zuurstof – organische stof in het water omzetten naar biogas. Dit biogas kan vervolgens als energiebron ingezet worden. Het projectconsortium bestaat uit de Münster University of Applied Sciences, het Centre of Expertise Water Technology in Leeuwarden, de Stichting Kiemt en drie verschillende MKB-bedrijven die afvalwater en residuen produceren met een hoog ongebruikt energiepotentieel. Samen met de bedrijven onderzoeken de onderzoeksinstellingen de afvalwaterstromen en residuen, registreren ze belangrijke parameters en bepalen ze het biogaspotentieel van het afvalwater. Daarnaast worden mogelijkheden om de gewonnen biogas om te zetten in de dagelijkse werkzaamheden van de bedrijven ontwikkeld en getest. Het project heeft tot doel het aandeel MKB in de grensregio te vergroten die hun organisch verontreinigd afvalwater gebruiken voor energieopwekking door middel van anaerobe afvalwaterzuivering en op deze manier biogas produceren als aardgasvervanger. Dit maakt hen minder afhankelijk van het reguliere gasnetwerk.

Het project is gericht op alle bedrijven in het programmagebied van Interreg Deutschland-Nederland die afvalwaterstromen genereren die momenteel niet worden gebruikt voor energieproductie. Hieronder vallen met name bedrijven uit de voedingsmiddelen- en drankenindustrie, brouwerijen, distilleerderijen, papierproductie en textielproductie. Alleen al in Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en Nederland zijn er ongeveer 9.000 MKB-bedrijven die potentieel bruikbaar afvalwater produceren, waarvan het grootste deel nog niet wordt gebruikt voor energieproductie. Deze bedrijven worden via bestaande netwerken bereikt door conferenties, workshops, webinars en adviesgesprekken aan te bieden, waarbij de kennis uit het project gedeeld wordt. De deelnemende bedrijven in het project, waaronder Bruno Gelato GmbH (Rhaudermoor, D) en Molkerei Söbbeke GmbH (Gronau, D) dienen als voorbeeld voor andere bedrijven. Een deelnemend Nederlands bedrijf wordt in de loop van 2024 toegevoegd aan het project. Het project loopt door tot eind 2026.

Interreg-financiering
De Interreg-financiering is afkomstig uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Door de goedkeuring van de bovengenoemde projecten gaat € 4.545.903,34 uit dit fonds naar de Duits-Nederlandse samenwerking. Daarnaast dragen de Interreg-partners een cofinanciering bij met een waarde van € 1.948.244,29. Dit zijn Duitse en Nederlandse provincies en ministeries, waaronder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Provincies Overijssel, Gelderland, Drenthe, Friesland en Groningen aan Nederlandse zijde en aan Duitse zijde het Ministerium für Wirtschaft, Industrie, Klima und Energie NRW en het Niedersächsische Ministerium für Bundes- und Europaangelegenheiten. Ook leveren de projectpartners een eigen bijdrage van € 4.245.020,05.

Leden van de regionale stuurgroep EUREGIO