Heeft Duits leren nog zin? – EUREGIO-column ‘Grensgeluk’

Door Gert-Jan Hospers

Dat Nederlanders steeds slechter Duits spreken, is al jaren bekend. In zijn boek Onbekende buren (2006) zocht Duitslandkenner Dik Linthout naar een verklaring voor het teruglopen van de kennis van het Duits. Volgens hem lag het aan het onderwijs: ‘Hele generaties Nederlanders zijn gesneuveld onder het knoet van hun leraren Duits, de ayatollahs van de grammatica, en bezweken onder de terreur van de rijtjes en de uitzonderingen op die rijtjes.’

Intussen is het taalonderwijs op Nederlandse scholen veel leuker geworden. De lesmethoden zijn aangepast, de rijtjes krijgen minder nadruk en er worden relaties gelegd met muziek, film en geschiedenis. Maar nog altijd daalt het aantal leerlingen Duits. Laatst vertelde een middelbare scholier me dat hij het niet nodig vond om Duits te leren, want hij sprak al Engels. ‘En als het moet kom je met een vertaalapp op je smartphone ook heel ver’, voegde hij eraan toe.

Maken de verengelsing en digitalisering het inderdaad minder noodzakelijk voor Nederlanders om Duits te leren? En wat betekent de afnemende kennis van het Duits voor de interactie in ons grensgebied? In zijn (Engelstalige!) scriptie Language in a border landscape: the influence of German proficiency of Dutch people in the border region (2025) heeft germanist en geograaf Sander Gijsbers van de Radboud Universiteit het uitgezocht. Hij bevestigt het beeld dat jongeren onder de 35 jaar minder goed Duits spreken dan ouderen. In de grensregio is de kennis van het Duits weliswaar hoger, maar ook daar wordt Engels vaker gebruikt. Vooral bij het doen van kleine aankopen (bijv. bij de bakker of het tankstation) is passieve kennis van het Duits voldoende. Maar zodra de transacties complexer en duurder worden, zoals bij de aanschaf van een keuken of een zakendeal, red je het niet meer met steenkolenduits. Dan leiden taalblunders nogal eens tot misverstanden en komt het eropaan precies te zijn. Een grondige kennis van het Duits zorgt bovendien voor het opbouwen van vertrouwen tussen zakenpartners.

De bevindingen uit de scriptie van Gijsbers stroken met de verhalen die ik regelmatig op BNR Nieuwsradio hoor van ondernemers die in Duitsland zaken doen. Menigeen geeft toe het belang van het Duits onderschat te hebben, wat ertoe leidde dat ze alsnog een stoomcursus hebben gevolgd. Daar leerden ze dat ‘wir verführen es’ wat anders is dan ‘we vervoeren het’ en dat je ‘belastingen’ in het Duits niet met ‘Belastungen’ vertaalt. Of dat ‘Kunden entsorgen’ niet betekent dat je je klanten ontzorgt, maar ze juist verwijdert. Ironisch genoeg zijn voor ons Nederlanders economische prikkels en gênante ervaringen waarschijnlijk de beste triggers om Duits te leren. Oftewel: door schade en schande wordt men wijs. En nee, dat vertaal je niet met ‘Durch Schade und Schande wird man weise’, maar met: ‘Aus Schaden wird man klug.’

Foto door Jonathan Kemper via Unsplash.