X

Volg ons op:

Text Size
  • Increase
  • Decrease
  • Normal

Current Size: 75%

Een kijkje achter de schermen bij het INTERREG-project MOVERO

Quelle: 

INTERREG Deutschland-Nederland

Het project MOVERO is bijna afgerond. De afgelopen vier jaren hebben zij zich bezig gehouden met moderne technieken voor oppervlaktestructurering in de industrie. Een Nederlands-Duits consortium, bestaande uit bedrijven uit verschillende sectoren en onderzoeksinstellingen ontwikkelden nieuwe technologieën die bij de deelnemende bedrijven konden worden toegepast. Voor een kijkje achter de schermen bij het MOVERO-project werd in gesprek gegaan met de projectpartners Rolf Laakmann (TAFH Münster GmbH) en Jürgen Gröninger (FH Münster).
 

  1. Hoe is het INTERREG-project MOVERO tot stand gekomen?
    Rolf: Bij de FH Münster en de TAFH Münster GmbH houden we ons al lang bezig met grensoverschrijdende samenwerking. We hebben een groot Duits-Nederlands netwerk opgebouwd met MKB bedrijven, verbanden en hogescholen. Dat was de start van MOVERO.
    Jürgen: En in 2015 is het idee ontstaan om iets te doen met het thema oppervlaktestructurering en dit ook grensoverschrijdend aan te pakken. Onder andere Stephan Brüning die aan de FH Münster gestudeerd heeft en eveneens werkt bij Schepers GmbH in Vreden gaf aan dat zij vaak te maken kregen met aanvragen op het gebied van oppervlaktemodificatie, vooral voor de industriële sector, waardoor het duidelijk werd dat hier veel kansen lagen. Daarom werd een consortium opgericht om het idee uit te werken en na meerdere bijeenkomsten kon een officiële projectaanvraag worden geformuleerd en worden ingediend.
     
  2. Er is in het project veel onderzoek gedaan naar hoe oppervlaktes behandeld kunnen worden (oppervlaktestructurering). Wie profiteren er van deze ontdekkingen?
    Rolf: bij INTERREG-projecten is het altijd belangrijk dat de resultaten op meerdere niveaus toegepast kunnen worden. De wetenschap, MKB en burgers moeten er in een gelijke mate van profiteren. Dat geldt ook bij MOVERO. De behoefte naar een project als MOVERO hebben de MKB zelf geformuleerd. Praktijkgerichte kennisinstellingen, zoals de UT Twente en de FH Münster kunnen vervolgens bij onderzoek en ontwikkeling ondersteunen.
    Jürgen: Daarnaast profiteren studenten van dergelijke innovaties, doordat zij later bij bedrijven terechtkomen die voordelen ervaren door deze technologische ontwikkelingen. Zo blijft onze regio ook interessant voor afgestudeerden. Bovendien biedt het MOVERO project een sterke basis voor toekomstprojecten. Een projectpartner heeft nu bijvoorbeeld een grote order lopen van een Amerikaanse autofabrikant. Door deze order konden veel nieuwe werkplekken worden gecreëerd en dankzij hun deelname aan MOVERO konden zij deze opdracht binnenhalen.
     
  3. Zijn de nieuwe structureringsmethoden al in gebruik en waar worden deze toegepast?
    Jürgen: We hebben ons met het MOVERO-project met veel verschillende toepassingen van oppervlaktestructurering beziggehouden, want oppervlaktes zie je overal. Er liepen ook meerdere werkpakketten die door de individuele projectpartners werden uitgevoerd en voor verschillende doeleinden resultaten hebben opgeleverd. Een voorbeeld zijn efficiëntere zonnepanelen, waarbij een vormgevingstechniek wordt toegepast dat door middel van een wals een “stempel” kan drukken op de oppervlakte. Deze bewerking zorgt ervoor dat het rendement van de zonnecellen stijgt en een hogere lichtopbrengst bereikt kan worden. Dit betekent dus meer stroom. Daarnaast zijn ook oppervlaktemodificaties ontwikkeld die ervoor zorgen dat bacteriën en virussen zich minder goed kunnen vastkleven aan een oppervlakte. Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Biologische of medische instellingen hebben soms juist goede cellen nodig en die kunnen we sneller en gecontroleerd laten groeien op bewerkte oppervlakten.
     
  4. In een persbericht van de FH Münster (30.01.2020) wordt ook als voorbeeld een winkelkarretje genoemd als product dat door de bewerking van de oppervlakte weinig bacteriën vasthoudt. Draagt het project MOVERO volgens jullie door toepassingen, zoals het winkelkarretje gedeeltelijk ook bij aan tegengaan van de verspreiding van het Covid-19 virus?
    Jürgen: Het probleem is dat men niet precies weet hoe het virus zich verspreidt en welke rol het aanraken van gebruiksvoorwerpen hierin heeft. Indirect zou het wel kunnen, omdat er een werkpakket is dat oppervlaktestructuren voor gebruiksvoorwerpen ontwikkeld heeft die veel aangeraakt worden, zoals leuningen, winkelwagens en handgrepen. Deze structuur zorgt ervoor dat bacteriën en virussen zich minder goed kunnen vastkleven aan de zogenoemde producten. Afstand houden van elkaar blijft echter wel noodzakelijk.
     
  5. Bent u tevreden met de resultaten die het project heeft geboekt?
    Rolf: Ja, dat zeker. Waar ik in het bijzonder blij mee ben is dat niet alleen de verplichte onderdelen dus de oorspronkelijke projectdoelen succesvol waren, maar ook de vrije onderdelen. Een voorbeeld hiervan zijn nieuwe samenwerkingen en ideeën voor vervolgprojecten. Dat is voor mij altijd de kers op de taart die laat zien dat een project heeft gewerkt.
    Jürgen: Ja, tijdens de projectlooptijd zijn er bijvoorbeeld verdergaande en nieuwe contacten gelegd om oppervlaktetechnologieën verder te ontwikkelen. Daarnaast vormt MOVERO een goede basis om op verder te bouwen, waardoor we bedrijven in de regio verder konden helpen. Aan de andere kant konden natuurlijk niet alle nieuwe ideeën ook 1 op 1 omgezet worden tijdens de projectlooptijd. Er moet nog het nodige werk worden verricht om het ontwikkelingsdoel te bereiken, wat uiteraard veel tijd in beslag neemt.
     
  6. Wat waren de grootste uitdagingen tijdens de looptijd van het project?
    Rolf: Het consortium is binnen de looptijd van het project veranderd. Daarom moesten we herstructureren en nieuwe partners vinden. Dit is gelukkig goed gekomen vanwege de goede netwerken.
    Jürgen: Een andere uitdaging was bijvoorbeeld de verandering van personeel in het MKB, waardoor de verantwoordelijke werknemer niet meer beschikbaar was. Deze personen zijn wel goed vervangen, maar zoiets gaat wel altijd gepaard met enige inwerktijd. Alle innovaties konden desondanks wel worden doorgezet.
     
  7. Heeft u culturele verschillen in de grensoverschrijdende samenwerking kunnen vaststellen of waren er taalbarrières waar u mee te maken heeft gekregen?
    Rolf: Ik geloof dat er in de professionele werksfeer geen sprake meer is van hele grote cultuurverschillen. Wat mij soms nog wel opvalt is dat de perspectieven vaak iets anders zijn. De Nederlandse partners denken al heel vroeg na over de markt en de behoeften van de markt. Duitsers zijn vaak iets “voorzichtiger” en denken als eerste aan de uitvoering. Met de taal gaan projectpartners ook altijd goed om. Veel van hen spreken beide talen, of kunnen de vreemde taal in elk geval goed verstaan. Men kan volgens de INTERREG-traditie in de moedertaal blijven praten. Bij twijfel kan gewisseld worden naar het Engels of iemand helpt bij het vertalen.
    Jürgen: Een cultuurverschil heb ik slechts 1 keer kunnen vaststellen en dat was toen we een meeting wilden organiseren op 5 december. Toen bleek dat de Nederlanders niet konden, omdat zij dan al sinterklaas vieren met hun familie thuis. Deze feestdag is voor Duitsers duidelijk minder belangrijk, daar is de kerst belangrijker. Maar dit is vooral een leuke anekdote.
     
  8. Wat is volgens u de concrete meerwaarde van de Nederlands-Duitse samenwerking?
    Rolf: ik vind MOVERO een project, waarin de competenties ook echt los van elkaar grensoverschrijdend verdeeld waren. Elke partner heeft met een eigen sterke expertise bijgedragen aan het project en deze kracht van het bedrijf was elders ook niet zomaar te vinden. Zonder de Duits-Nederlandse samenwerking was het helemaal niet mogelijk geweest om het project zo uit te voeren.  
     
  9. Welke kansen kunnen in de toekomst nog benut worden op het gebied van oppervlaktetechniek? Welke bijdrage kan de FH Münster hierin spelen?
    Jürgen: Tijdens het project hebben veel meetings en workshops plaatsgevonden, waar ook ideeën voor nieuwe projecten zijn uitgewisseld. Met 1 idee zijn we nu actief bezig om deze ook als project op te zetten. Ik geloof dat we het MOVERO-project hiervoor als een sterke basis kunnen gebruiken. Het gaat hier namelijk eveneens om de modificatie van oppervlakten. Ditmaal gaat het om het actuele thema waterstof als energiedrager. Dit kan gedaan worden door het innoveren van het elektrolyseproces. Dit is de stap die nodig is om energie uit waterstof te winnen. Daarnaast kan het optimaliseren van brandstofcellen een rol spelen, zodat energie efficiënter kan worden opgewekt. Oppervlakteaanpassingen dragen hieraan bij, doordat vloeibare en gasvormige stoffen zich door de modificatie beter door de processen kunnen bewegen. Om dit te bereiken moet nog wel een goed consortium met Nederlandse en Duitse partners worden opgezet dat elkaar aanvult, kennis uitwisselt en concreet innovaties omzet.

Het INTERREG V - project ‘’MOVERO’’ wordt gefinancierd door de Europese Unie. Verder ondersteunen het Wirtschaftsministerium van Noordrijn-Westfalen, MB Niedersachsen, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de provincies Gelderland, Overijssel, Limburg en Noord-Brabant en de deelnemende MKB en hogescholen het project.